home nieuws agenda petitie platform cont@ct actie Europa richtlijn

Nieuws over het verzet tegen de dienstenrichtlijn


CPB relativeert belang richtlijn

Tot die conclusie komt het Centraal Planbureau (CPB) in een memorandum waarin het de effecten van een eventuele invoering van de Europese dienstenrichtlijn voor de Nederlandse dienstensectoren probeert in te
schatten. Met de zogenoemde Bolkestein-richtlijn probeert de Europese Commissie de obstakels voor de interne markt voor diensten in de EU uit de weg te ruimen. De richtlijn moet een belangrijke bijdrage leveren aan het verhogen van de economische groei en de concurrentiekracht van de EU.

De richtlijn ligt de laatste maanden in diverse Europese lidstaten onder vuur. Sommige lidstaten, zoals Frankrijk en Duitsland, vrezen negatieve effecten op de arbeidsvoorwaarden met name door een toestroom van goedkope dienstverleners uit de nieuwe lidstaten. Ook in Nederland maken politici zich zorgen. Tegelijk heeft men hoge verwachtingen ten aanzien van kansen voor de Nederlandse economie. Daarbij gaat men ervan uit dat de Nederlandse economie voor 70% uit dienstverlening bestaat.

Het CPB maakt in het memorandum duidelijk dat dit sterk overtrokken is. Het deel van de Nederlandse dienstensector dat door de richtlijn wordt geraakt, maakt ongeveer een derde uit van de Nederlandse economie. Bovendien blijkt een groot deel van de dienstensectoren sterk binnenlands georiënteerd te zijn. Alleen de transportsector en de zakelijke dienstverlening zijn een uitzondering op dat patroon.

Daar komt nog eens bij dat de dienstenrichtlijn vooral gunstig werkt voor landen die qua regelgeving sterk verschillen van hun belangrijkste handelspartners. Buitenlandse dienstverleners worden bijvoorbeeld
geconfronteerd met nationale regels voor professionele kwalificaties, voor nationaliteitsvereisten voor het management, voor professionele verzekeringen en voor beperkingen van het gebruik van leveringen uit het
herkomstland. Hoe groter de verschillen, hoe meer aanpassingskosten dienstverleners moeten maken voor zij elders aan de slag kunnen. Vooral voor kleinere bedrijven kunnen die aanloopkosten een hoge barrière vormen. De dienstenrichtlijn ruimt deze obstakels uit de weg door te werken met het principe van het land van oorsprong: is een dienstverlener in zijn eigen land goedgekeurd, dan mag hij overal aan de slag zonder dat er nadere eisen worden gesteld.

Dit effect van de dienstenrichtlijn is voor Nederlandse dienstverleners echter betrekkelijk klein. De Nederlandse regels verschillen niet zo veel van die van de belangrijkste handelspartners Groot-Brittannië, Duitsland en België. Het CPB verwacht daarom dat de Nederlandse diensteninvoer als gevolg van de invoering van de richtlijn met 7% zal stijgen, terwijl de dienstenexport met 8% toeneemt. In geld gemeten gaat het om bedragen van respectievelijk euro 1 mrd en euro 2 mrd. De effecten op de werkgelegenheid schat het CPB in als klein. In een land als Oostenrijk, dat qua regelgeving veel sterker verschilt van zijn belangrijkste handelspartners, bedraagt de verwachte handelsgroei ongeveer 25%.

HFD 14 maart 2005

home nieuws agenda petitie platform cont@ct actie Europa richtlijn